De tempel schoon houden

De Amerikaanse Zen-leraar Gary Snyder zei eens dat Zen-meditatie neerkomt op twee activiteiten: zitmeditatie en de tempel schoon houden. Dat klinkt misschien alsof Zen rigide is of streng, of beperkt en alleen gericht op de kleine wereld binnen de tempelmuren.
In Zen is niets wat het lijkt, zelfs Zen zelf niet, en Snyder gaf een goede hint, want het is natuurlijk aan ons om te bepalen hoe groot de tempel is. Wanneer we dat begrip letterlijk nemen, dan is Zen inderdaad een bekrompen discipline, waarvan we ons af kunnen vragen wat het nut ervan is.
In tegenstelling van wat ik wel eens hoor dat mensen denken, is Zen uitdrukkelijk een discipline waarbij onze betrokkenheid met de wereld óók geoefend wordt. Zoals mijn meditatieleraar Ton Lathouwers wel eens zei:
“In de Zen mediteren we nooit alleen voor onszelf. Nooit.”
Of, om een begrip dat de Vietnamese Zen-meester en vredesactivist Thich Nhat Hahn gebruikt aan te halen: de meditatie geeft ons het gevoel van interbeing, verbonden-zijn, onderling afhankelijk zijn.
Of we het nu leuk vinden of niet, dat is wat we ten diepste zijn: onderling afhankelijk en met elkaar verbonden. Het eenvoudigst is dit te merken als we glimlachen naar een ander, dit zal snel een glimlach terug opleveren. En zo straalt iedere actie en iedere gedachte die we hebben uit.
We weten niet en kunnen ook niet weten hoe dit precies gaat. Door te mediteren gaan we het steeds vaker en beter herkennen in ons dagelijks leven. We gaan steeds beter zien hoe groot onze tempel eigenlijk is. De hele Aarde is onze tempel. Alleen ‘je eigen straatje schoonhouden’ is wat mij betreft niet waar het op dient te houden.